Lijiang

Lijiang

Dinsdag 20 oktober 2009
Dag 17: De springende tijger

Vanochtend stapten we om 8.00 uur al in het busje, waarin we ons ontbijt nuttigden. Na een helse rit van een kleine 2 uur (welke eigenlijk 2,5 uur zou duren; zometeen meer daarover) bereikten we de Kloof van de Springende Tijger (Tiger Leaping Gorge), een diepe kloof met een lengte van 16 kilometer, welke op het smalste punt slechts 30 meter breed is. Zijn naam heeft het te danken aan de legende dat de tijger van Mu, een leider van de Naxi-minderheid, hier overheen heeft weten te springen, en wel via een rotsblok in het water bij dat smalste stuk. Op deze (meest bekende) locatie bezochten wij de kloof. Eerst moesten we een aardig eind met trappen een afdaling maken, maar onderweg werden we wel getrakteerd op een prachtig uitzicht op de kloof. De rotswanden en groen bebosde bergen eromheen staken mooi af tegen het bruine water dat rustig door de kloof kabbelde. Dit laatste gold echter niet voor het smalste stuk, waar rotsen voor een woest kolkende watermassa zorgden, wat een zeer spectaculair gezicht was! Samen met honderden andere toeristen (waarvan zo’n 99% Chinees was) maakten we weer aardig wat nieuwe foto’s. Daarna moesten we weer aardig wat trappen op om boven te komen. Ditmaal werden we getrakteerd op een uitzicht op toeristenstalletjes met prullaria en etenswaren. Vervolgens vervolgden we onze rit in het busje, waarbij we elke seconde beleefden alsof het onze laatste kon zijn. De chauffeur leek nogal haast te hebben en reed met een ongelooflijke rotvaart door de bergen heen. Nu was dat niet eens het ergste. Veel gevaarlijker werd het echter als er een langzamere wagen voor je zat. Chinezen willen dan maar al te graag inhalen. Op zich ook niet heel erg, maar wel als je er meerdere tegelijkertijd in een dode bocht probeert in te halen, het liefst nog als enkele anderen voor je hetzelfde doen en jij erachteraan zit. Gelukkig kwamen we op een gegeven moment achter een militaire colonne te rijden, waardoor de chauffeur wel langzamer moest rijden, iets dat hij niet leuk leek te vinden. Wat later stopten we dan ook weer bij een uitkijkpunt, waarbij om onduidelijke redenen enkele apen heel zielig in kooien vastzaten. Toen we Lijiang veilig en wel bereikt hadden (geen fooi voor de chauffeur), kregen we onze bijzondere kamers in het hotel aangewezen. Deze waren in ouderwetse stijl gebouwd en hadden een mooi uitzicht over het oude gedeelte van de stad, welke na een heftige aardbeving uit 1996 wel is blijven staan, in tegenstelling tot het nieuwe gedeelte. Na een introductie van Lia over de stad, zijn we met z’n drieën het oude gedeelte van de stad in gegaan. Alhoewel we al gewaarschuwd waren, keken we alsnog onze ogen uit: wat een ongelooflijke toeristenmassa! Hoe leeg de straatjes van Shangri-La waren, zo vol de kleine straatjes van Lijiang waren. Chinezen, Chinezen en nog eens Chinezen. En zo nu en dan een westerling. Aan het begin bevond zich een oud waterrad, waarna er drie straatjes met winkeltjes en barretjes waren. Hierna was er een enorme wirwar van straatjes, waarin je ongetwijfeld zou verdwalen als je geen kaart had, of als er geen plattegrondjes op elke hoek zouden hangen. Wel begonnen de winkeltjes al snel in herhaling te vallen, aangezien de meeste gefocust waren op zilverwaar, klederdracht, gedroogd jakvlees en ander prul. In bijna elk straatje stroomde wel een kanaaltje, waar leuke bruggetjes overheen waren gebouwd. Door de menigte heen liepen we door aardig wat straatjes heen, tussen authentieke gebouwtjes met rode lampionnetjes. Bij een restaurantje zijn we vervolgens wat gaan eten. Voor 3,50 euro wilde ik wel karper proberen, welke ik eerder al door de kanalen had zien zwemmen. Lekker was hij in ieder geval wel, net als de zelfgemaakte kroepoek! Op weg naar het hotel genoten we van de nu mooi verlichtte straatjes, waar het nog steeds enorm druk was. Alle bars, waar jongens en meisjes eerder in traditionele kleding mensen dansend naar binnen probeerden te lokken, stonden nu stampvol met dansende mensen. Terwijl op bordjes teksten stonden als ‘maak geen rommel en lawaai’ (of ‘please no naked fire!’), dreunde de Chinese dancemuziek hard uit de speakers. Wij lieten dit voor wat het was en gingen terug naar het hotel, waar we nu een mooi uitzicht hadden op de verlichtte oude stad.

Woensdag 21 oktober 2009
Dag 18:  De draak van jade

Opstaan ging vandaag op zich prima, maar de douche viel nogal tegen, omdat de ’24h hot water’ service zijn belofte niet waar maakte. Aangezien het hotel om 7.15 uur nog niet met het ontbijtbuffet bezig was, bestelden we een simpel ontbijtje van de kaart. Lia bracht ons vervolgens naar de bus die ons (weliswaar wat later aangezien de chauffeur z’n koffie en collega’s belangrijker vond) naar de voet van de Jade Dragon Snow Mountain (of Yulong Xueshan) bracht, een uitgestrekte berg die op z’n hoogst zo’n 5500 meter is. Bij de ontvangstruimte kochten we een kaartje voor het vervoer naar boven. Ook kon je hier warme jassen huren en zuurstofflessen kopen, maar dit vonden we niet nodig. Het was in het gebouw ontzettend druk, maar toch wisten we via een listige manier snel in de bus te komen welke ons naar 3356 meter bracht. Vervolgens hebben we een hele tijd in de rij (van Chinese toeristen) gestaan om een plekje te bemachtigen in de hoogste (en ook best lange) kabelbaan ter wereld, welke ons naar een hoogte van maar liefst 4506 meter bracht. Alhoewel het zonnetje scheen en er nauwelijks bewolking was, was het hier toch een stuk kouder dan beneden. Gelukkig hadden we ons warm aangekleed en onze hoofden bedekt voor de soms ijzige wind. Het uitzicht was -vanzelfsprekend- super, zowel naar beneden als naar boven, naar de top. Dit was het echter nog niet, aangezien we veel houten trappen nog konden klimmen naar 4680 meter, wat we uiteraard niet hebben overgeslagen. Het uitzicht was hier nog beter! Alhoewel de naam anders doet vermoeden, was alleen de top van de berg (in deze tijd van het jaar) bedekt met een laag sneeuw/ijs. Op onze hoogte bevond zich een grijze rotsvlakte, maar ook een witgrijze gletsjer. Uiteraard hebben we hier weel foto’s geschoten. Nadat we bij een groepje Chinese meiden nog op de foto waren geweest (wij Westerlingen waren minstens zo interessant als de berg), begonnen we aan onze afdaling en de reis terug naar het hotel. Daar gingen Rolph en Gwennie hun eigen weg, waarna ik via de oude stad de Lion Hill heb beklommen. Via kleine straatjes kwam ik steeds hoger, waarna er een park begon. In het midden bevond zich een mooie pagoda van 5 verdiepingen, welke ik beklom. Hier had ik een mooi uitzicht op zowel het oude als nieuwe gedeelte van de stad. Via een pad met allerlei wensen op opgehangen bordjes liep ik terug, waarna ik een lekker ontspannen avondje heb gehouden. Dat mag ook wel eens na al die drukke dagen!

Donderdag 22 oktober 2009
Dag 19:  De zwarte draak en de olifant

Voor het eerst deze vakantie heerlijk uit kunnen slapen! Minder heerlijk was de nog steeds koude douche. Wel weer heerlijk waren het ontbijt en het weer! Het was dus een ideale dag om buiten te wandelen en een bezoekje te brengen aan het Black Dragon Pool Park, welke zich op een paar minuutjes lopen van het hotel bevindt. Het was een mooi en uitgestrekt park. In het midden lag een groot en lang meer, waaromheen gras, bomen en stenen paden het tot een park maakte. Echter had het park nog enkele Chinese trekjes, aangezien er diverse Chinese bruggetjes, gebouwtjes en tempeltjes te vinden waren. Ook kende het park aan de achterzijde (althans, gezien de kant van waar ik vandaan kwam) enkele graven. Van wie ze echter waren, was me niet duidelijk. Een echte begraafplaats leek het namelijk ook niet te zijn. Op de weg terug kwam ik langs een pad dat de Elephant Hill op liep. Zo sportief als ik was, beklom ik in zo’n vijf kwartier de honderden, dan wel niet duizenden, trappen naar boven. Jeetje, wat was dat vermoeiend! Gelukkig bood de schaduw van de bomen me enige verkoeling. Helemaal op de top stond een uitkijktorentje, van waar je een enorm mooi uitzicht had op de stad, de berg van gisteren en een groot bos. Terwijl vier Chinese meisjes hier verder gingen met zingen, liep ik terug naar beneden, wat gelukkig een stuk sneller ging en minder vermoeiend was. In het park bezocht ik nog een tempeltje, waar een monnik me drie stokjes wierook aanbood om aan te steken, om vervolgens met de handen tegen elkaar nog enkele buigingen te maken voor het boeddhabeeld. Terwijl een bruidspaar bij het water foto’s begon te maken, bekeek ik enkele optredens van zang en dans, volgens mij geheel in Naxi-stijl. Na het bezoeken van nog enkele gebouwtjes, het aanschouwen van naar het water schreeuwende Chinese toeristen en het zien wegduiken van een kleine slang, liep ik terug naar het hotel. Na vijf uur door het park gelopen te hebben, was ik wel weer even toe aan wat rust. Toch ging ik niet veel later weer weg, ditmaal weer naar de oude stad, aangezien ik de residentie van Mu, de leider van de Naxi, nog niet had gezien. Men noemt dit ook wel een kleine versie van de Verboden Stad en qua opbouw klopt dit wel. Het is alleen kleiner en anders qua stijl. Ook is het er vele malen groener en is er veel water. In diverse gebouwtjes waren verschillende Naxi-voorwerpen te bekijken. Al met al zeker de moeite waard. Vervolgens heb ik nog een kijkje genomen bij de White Dragon Horse Pool, waarin enkele mensen hun was aan het doen waren en hun eten stonden te wassen (eigenlijk zijn het drie kleine watertjes naast elkaar). Grappig om te zien hoe rustig het hier was; er was geen enkele andere toerist te bekennen. Blijkbaar weten vele toeristen dit al niet eens meer te vinden, aangezien het makkelijk verdwalen is in de oude stad en dit iets meer afgelegen ligt. Na een diner van varkensvlees, bloemkool en rijst heb ik in ieder geval weer een rustig avondje gehad, net zo rustig als twee oude mannetjes die ik eerder onder een boom een soort van dammen had zien spelen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *