Phonsavan

Phonsavan

Dinsdag 12 januari 2010
Dag 101: Met de bus naar Phonsavan

Vanochtend stond ik op tijd op, aangezien om 8 uur een tuktuk voor mij voor kwam rijden. Hiermee werd ik naar het busstation gebracht, waar ik, zoals ik al had verwacht, een Duits koppel tegenkwam waarmee ik gisteren naar de Pak Ou Caves was gegaan. Om 8.30 uur zou namelijk de enige touringcar naar Phonsavan vertrekken, een kleine plaats in het oosten van het (noordelijke deel van het) land. Het stadje zelf is vrij oninteressant en de enige reden waarom toeristen erheen gaan is om de Plain of Jars te bezoeken, velden waarin duizenden eeuwenoude potten liggen. Maar dat komt morgen pas, aangezien ik eerst een busrit van 7,5 uur te gaan had. Het was een lange en slingerende rit door de bergen, waarbij duidelijk werd waarom de bussen niet ‘s nachts rijden. Vanwege de vele haarspeldbochten en het gebrek aan verlichting zou dit namelijk veel te gevaarlijk zijn. Maar zo erg was de rit eigenlijk niet, aangezien de chauffeur voorzichtig reed en de weg verbazingwekkend goed was. Waarschijnlijk was deze ook pas vernieuwd. Daarnaast was de stoel comfortabel, had ik voldoende beenruimte en wist ik me prima te vermaken met m’n DS. Het enige dat jammer was, was de erg harde Laotiaanse muziek die uit de speakers schalde, een Laotiaans jongetje dat hier een halfuur lang als een speenvarken nog eens overheen wist te krijsen (totdat hij met z’n ouders de bus uit stapte/werd gezet) en twee Laotiaanse vrouwen naast en achter me wier magen het geslinger niet echt op prijs stelden. Onderweg kon ik in ieder geval nog wel genieten van een donut die ik gisteren op de markt had gekocht, net als een groot stuk lemon cake. Maar het kon ook de orange cake zijn die ik ook had gekocht; ik ben er nog niet over uit. Toen we uiteindelijk aankwamen in Phonsavan, werden we enthousiast onthaald door enkele mannen die ons guesthouses probeerden aan te smeren. Met het Duitse koppel gingen we met een van hen akkoord (een van deze guesthouses hadden we namelijk toch al op het oog), waarna hij ons in een busje naar het guesthouse in het centrum bracht. Uiteindelijk kozen we voor een ander, maar ook voor deze leek de chauffeur commissie te krijgen, dus was het busritje alsnog gratis. Nadat we hadden ingecheckt, bleven we bij elkaar en zochten we een touroperator voor morgen. We wilden slechts de Plain of Jars zien, dus kozen we uiteindelijk voor een dagtour die naar deze bijzondere vlakten zou gaan, zonder allerlei andere poespas zoals een grot, een waterval, een H’mong-dorp en een weverij. Hier in Phonsavan is het overigens vrij koud, waardoor we onze jassen echt wel nodig hadden en we bij een van de restaurantjes binnenin zijn gaan zitten om een maaltijd met warme Laotiaanse thee te bestellen. Hierna hebben we nog even een kijkje genomen bij de enige highlight van het stadje zelf: het UXO Survivor Information Center. Nou ja, een echte highlight is het niet te noemen, aangezien hetgeen wat hier te zien is, vrij treurig is. Via foto’s en verhalen werd in beeld gebracht wat de gevolgen zijn van de oorlog die hier in het verleden heeft plaatsgevonden: verspreid door het land liggen namelijk nog duizenden onontplofte bommen (UneXploded Ordnance), welke jaarlijks nog vele slachtoffers (met name onwetende kinderen) maken. Vooral deze regio is behoorlijk getroffen. Alhoewel teams hard bezig zijn deze mortieren en granaten op te sporen, is de grond op vele plekken nog steeds gevaarlijk. Mensen die de Plain of Jars bezoeken, worden dan ook verzocht niet van de gebaande paden af te wijken. We zullen het wel merken morgen. Meer viel er niet te beleven in Phonsavan, waardoor we op tijd teruggingen naar onze erg koude kamers.

Woensdag 13 januari 2010
Dag 102: Pottenkijkers

Het was vanochtend niet makkelijk om op te staan, aangezien het nog steeds erg koud was in de kamer. Gelukkig was de douche heerlijk warm. Na een ontbijt liep ik (met m’n jas aan) naar het boekingsbureautje (dat zo goed als naast de deur was) waar ik de Duitse Fabian en Miriam weer tegenkwam en ook nog kennismaakte met een Australisch stel, een Franse oude man en een Franse meid. Met z’n zevenen stapten we met een enthousiaste gids in een minivan, waarna we naar een Tourist Information Center reden. Hier konden we op borden informatie lezen over de bezienswaardigheden rondom Phonsavan. Buiten waren ook nog eens een paar dozijn oude bommen uit de oorlog van de jaren 60 te zien. Hierna was het tijd om de Plain of Jars te bezoeken. Van de 58 verschillende sites rondom Phansavan hebben we sites 1, 2 en 3 bezocht. Tja, hoe kan ik de Plain of Jars beschrijven? Eigenlijk moet je het vrij letterlijk nemen. In deze regio zijn allerlei velden gevonden met stenen potten in allerlei formaten. Alhoewel bekend is dat de potten zo’n 3000 jaar oud zijn, blijft het een groot mysterie waar de potten voor hebben gediend. Er zijn namelijk nergens andere sporen gevonden die aangeven wat er in de potten heeft gezeten. Wat redelijk voor de hand liggend is, is dat elke site bij een oud dorpje hoorde. De theorieën over de inhoud variëren van rijst en wijn tot menselijke botten en as. Vanwege de vele UXO in deze regio zijn de meeste sites niet toegankelijk voor toeristen. Sites 1, 2 en 3 (en 4 en 5, alhoewel we deze niet hebben bezocht) zijn echter behoorlijk bomvrij. Toch waren er overal op de grond tegels geplaatst die half wit en half rood waren. Zolang je tussen de witte tegels bleef, liep je veilig; daarbuiten lopen werd afgeraden, aangezien deze gebieden slechts visueel gecheckt waren en er onder de grond nog bommen zouden kunnen zitten. Site 1 was de grootste site en bevatte zo’n 250 potten, waaronder de grootste die gevonden was (met een gewicht van zo’n zes ton). Het was een indrukwekkend gezicht om al die potten hier te zien staan (en liggen). Vele potten waren echter wel gebarsten en gebroken, wat niet per se door de ouderdom kwam, maar wel door de vele bommen die hier een halve eeuw geleden gedropt waren. In sommige potten waren zelfs kogelgaten te vinden, aangezien het destijds goede plekken waren om achter te schuilen voor de vijand. Hier en daar (al waren ze vrij schaars) waren deksels te vinden. Verder waren de potten aan de buitenkant, op natuurlijke begroeiing na, helemaal kaal: ze hadden geen opdruk of reliëf. Er was echter één uitzondering, aangezien er een pot was met een (vrij vaag) menselijk lichaam aan de buitenkant. Bij site 1 bezochten we ook nog een grot, voordat we met de minivan verder reden richting site 2. Onderweg stopten we nog bij een dorpje waar we konden zien hoe whisky gemaakt werd van rijst. Hier wilde de gids ook graag onze ‘monkey faces’ zien bij het achterover slaan van een shot, waarna we hem (en ons) een plezier deden. Bij site 2 zagen we vervolgens nog meer potten staan, welke ditmaal omgeven waren door enkele bomen en een aangenaam uitzicht op de omgeving met vele boerderijen. De temperatuur was gelukkig alweer gestegen, dus daar waren we ook wel blij om. We reden weer verder, om bij een lokaal restaurantje te lunchen met noodlesoep. Na een korte wandeling door het boerenland bereikten we site 3. Heel veel nieuws zagen we hier echter niet meer. De Plain of Jars was in ieder geval erg bijzonder om te zien. Af en toe deed het me zelfs een beetje denken aan het Stenen Woud in China. Om de tour af te sluiten, bezochten we nog een oude Russische tank, welke bij een boerderij lag en er nogal verwoest uit zag. Zo lag de bovenkant enkele meters verderop en waren de banden en de loop verdwenen. Even na vieren kwamen we weer terug in Phonsavan. Een halfuur later ben ik naar het MAG (Mines Advisory Group) Centre gegaan, waar ze de zeer interessante documentaire Bombies vertoonden. In 55 minuten kwam hier de ‘Secret War’ van de jaren 60 aan bod. Wat vele mensen namelijk niet weten, is dat Laos in de Vietnamoorlog (letterlijk) harder en vaker is getroffen dan Vietnam door de Amerikaanse luchtmacht. In het hele land zijn ontzettend veel slachtoffers gevallen, maar zelfs nu zijn de gevolgen nog te merken. In de documentaire werd namelijk ook laten zien hoe ontzettend veel UXO (onontplofde (cluster)bommen) nog in de vele velden van Laos liggen en hoe vaak de lokale bevolking (met name de boeren, waarvan er hier veel zijn) hiermee in aanraking komt. Om het aantal slachtoffers te beperken, worden er nu vele waarschuwingsprogramma’s georganiseerd (met name voor kinderen). Ook werd laten zien hoeveel werk het is om de grond bomvrij te maken. Het is vreemd om te beseffen dat ik me nu midden in een enorm mijnenveld bevind (deze regio heeft de meeste bombies) en er om me heen op het boerenland jaarlijks nog vele slachtoffers vallen. Na de documentaire ben ik met de twee Fransen nog over de lokale markt gelopen, waarna we in een restaurantje hebben gegeten. Nadat we elkaar gedag hadden gezegd, ben ik terug gegaan naar m’n kamer. Morgen is het alweer tijd om verder te reizen naar m’n volgende bestemming!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *