Panajachel

Panajachel

Dag 8: De eerste grensovergang
Vrijdag 17 oktober 2014
Het was heel erg vroeg toen de wekker ging en we een bus instapten. De reden om om 5 uur al te vertrekken was de lange rit naar Guatemala, waarbij slecht weer en drukte de reis nog verder zouden kunnen vertragen. Tijdens de eerste twee uur door het donker lag iedereen slaperig op z’n stoel. Bij een wegrestaurant werd het personeel opgeschrikt door onze grote groep, waardoor ze net voor officiële openingstijd al heen en weer aan het rennen waren om ons van een ontbijtje te voorzien. Via wegen door de bergen, met aardig wat drempels in de bewoonde gebieden, kwamen we later in de ochtend bij de grens van Mexico en Guatemala. Hier lag een klein en rommelig grensplaatsje, met lelijke vervallen gebouwtjes en kleine winkeltjes met levensmiddelen. Het aanvragen van de exit-stempel gebeurde door Bernardo best vlot, wellicht ook vanwege het omkopen van een ambtenaar om ons voorrang te geven. Terwijl onze bagage op een pick-uptruck werd afgevoerd, staken wij lopend de grens over. Guatemala kon ik daarbij afstrepen als land nummer 40. Door de volle zon liepen we langs vele tentjes een behoorlijk eind. Het leek erop alsof gefrituurde kip met patat hier erg populair was, want het werd overal verkocht. Nadat we een pinautomaat volledig hadden leeggeplunderd (de Guatemalteekse quetzal is met koers 10:1 makkelijker te snappen dan de Mexicaanse peso met 17:1), liepen we naar onze mooie en ruime bus, welke we voor anderhalve week tot Belize zullen behouden, evenals chauffeur Antonio. Het was nu nog een behoorlijk stuk doorrijden naar Panajachel, een plaatsje aan het Lago de Atitlán (een meer). Onderweg viel het ons op dat het landschap van Guatemala met al z’n groene bergen veel mooier was dan Mexico, en dat de lokale bevolking hier armer was. Volwassenen, kinderen en honden hingen langs de kant van de weg, naast eenvoudige (soms onvoltooide) houten of stenen huisjes. Vrouwen hadden vaker traditionele kleding aan en op straat reden opvallend veel kleurrijke bussen die me sterk deden denken aan die uit de Filipijnen. Na enkele uren maakten we een stop bij een klein stadje, waar het op de weg een drukte van jewelste was met deze bussen en andere voertuigen. Ook was de lokale bevolking veel op de been, soms met mandjes met kippen en hanen op hun hoofd. De aanwezigheid van een Chinees tentje te midden van alle lokale eettentjes (vaak met kip) verbaasde me nogal. Na weer een tijdje rijden bereikte we het Lago de Atitlán, waarover we vanaf hoger in de bergen een mooi uitzicht hadden. De lucht bevatte meerdere wolken, waardoor de vulkanen rond het meer enigszins mysterieus bleven. Beneden lag Panajachel, een dorpje aan het water dat qua winkeltjes en restaurantjes behoorlijk toeristisch leek te zijn. Opnieuw waren we blij dat we in een iets rustiger jaargetijde waren gegaan. Vanwege de omvang van de bus moesten we het laatste stukje naar het hotel lopen, waar we een gedeelde open balustrade voor de deur hadden (met stoelen), met daarvoor weer een grasveld. Ook hier beschikten ze weer over warm water en draadloos internet, twee toch wel fijne elementen van een hotel. Dat laatste was ook erg handig omdat we zodoende ook al telefoonfoto’s via Whatsapp naar elkaar konden sturen, of elkaar makkelijker op de hoogte konden houden van afspraken. We gingen iets later met zo’n beetje de hele groep met onze poncho’s en paraplu’s langs de regenplassen op zoek naar een eettentje. Deze vonden we, waarna we weer lekker en gezellig konden gaan eten. En daar weer na was iedereen best wel moe vanwege de lange dag, waardoor het zeker niet heel laat was geworden.

Dag 9: Varen en pesten
Zaterdag 18 oktober 2014
Panajachel ligt aan een groot meer waaromheen nog  enkele dorpjes liggen. Dat was dus een perfecte reden om de omgeving per boot te verkennen. Na een uitgebreid gezamenlijk ontbijt liepen we met een lekker zonnetje naar de kade om in een boot te stappen. Op het water was het heerlijk verfrissend. Veel bootjes zagen we niet, maar wel enkele inactieve vulkanen die rond het meer lagen. We voeren naar de andere kant van het meer, waar we aanlegden bij een kleine steiger om daar vervolgens veel selfies en foto’s van elkaar te maken. In de tussentijd was Bernardo bij de lokale visser voor iedereen een vis gaan regelen. Het idee was namelijk geopperd om in de avond met z’n allen te gaan barbecueën. Met een koelbox vol vis voeren we weer een stuk verder, om aan te meren bij het dorpje Santiago Atitlán. De lokale bevolking stond ons hier op de steiger al op te wachten met allerlei souvenirs. Ook het dorpje zelf stond volgebouwd met toeristenkraampjes waar ze schilderijtjes, maskertjes, beeldjes, sieraden en meer verkochten. We liepen door enkele smalle straatjes waar ook vele tuktuks en bussen doorheen reden en kwamen uit bij het centrale plein, dat beduidend minder toeristisch was en toegespitst was op de lokale bevolking. Mensen hingen hier een beetje rond of kwamen voor de groente en fruit die door oude vrouwtjes op de grond was uitgestald. Ook luisterden enkele mensen naar een verkoper die tevens een demonstratie van een of ander product gaf. Het was zodoende een drukke zaterdagochtend. Terwijl Bernardo met enkele personen inkopen voor de barbecue ging doen, maakte ik verscheidene foto’s en bezocht ik het plaatselijke kerkje, dat eigenlijk niet zo heel bijzonder was. Ook keken we nog een tijdje naar een groep mannen die in een unieke vorm van teamverband een podium aan het opbouwen waren. Terug in de boot voeren we weer een andere kant op, om nu aan te leggen bij een plek met textielzaakjes. In het water zagen we enkele ondergelopen huisjes staan en iemand met een speer snorkelen. We vroegen ons af waarom. Van een vrouwtje kregen we te horen en zien hoe katoen met natuurlijke ingrediënten (o.a. planten en insecten) geverfd werd, om vervolgens gesponnen te worden en in een weefgetouw tot sjaaltjes met unieke patroontjes geweven te worden. We werden hier vervolgens opgehaald door twee pick-ups, waar we achterop in de bak mochten gaan staan. Met een frisse wind in onze gezichten reden we zo een stuk verder, langs allerlei kleine simpele huisjes en veldjes met gewassen. We kwamen weer bij het water, waarbij er op een steiger een lunch voor ons klaarstond. Aan de hand van diverse ingrediënten mochten we onze eigen hamburger samenstellen. Dat het hout op deze steiger niet heel stevig meer was, bleek wel uit het feit dat iemand gedeeltelijk door de steiger zakte. Gelukkig liep alles met een sisser af. Na deze smakelijke intermezzo was het alweer tijd om terug te keren. Voor het eerst deze vakantie hadden we een namiddag en een avond zonder een heel specifiek programma. Dat was voor de verandering ook wel erg fijn. Het enige dat dan weer jammer was, was dat het regende en we niet veel konden doen. Maar desondanks hebben we ons allemaal prima vermaakt met het lezen van boekjes, het luisteren naar muziek of het spelen van vele spelletjes. Vooral pesten bleek erg in trek te zijn bij de meesten, maar ook hebben we erg veel lol gehad met diverse rondes Wie Ben Ik. In de avond was het ook een gezellige boel. Iedereen droeg bij aan de gezamenlijke barbecue, die we vanwege de regen in de ontbijtzaal konden houden. De groente werd gesneden, de visjes werden gekruid, de visjes werden op de barbecue gegooid, de tafel werd gedekt, de muziek schalde uit de speakers, de drankjes werden bereid en vervolgens werd er heerlijk gegeten. Er was gezelligheid alom.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *