Nara

Nara

Dag 44: Japanse tuinen
Maandag 23 april 2012

In tegenstelling tot vele andere verblijfplaatsen tot dusver hoefde ik in Kyoto pas om 11 uur uit te checken, waar ik goed gebruik van maakte. Een lange reisdag zou het toch niet worden. Met volle bepakking liep ik naar het station, waar ik op de trein stapte naar Nara. Na alweer drie kwartier kwam ik in deze voormalige Japanse hoofdstad aan (voordat Kyoto en later Tokio dat werden). Een heel grote stad was het niet, maar het scheen na Kyoto wel de meest culturele stad van het land te zijn, met vele belangrijke en mooie tempels in een groot park. Na een eindje wandelen door het relatief kleine centrum met winkels en restaurantjes kwam ik uiteindelijk uit bij m’n guesthouse, aan de rand van Nara Park. Het was een klassiek pand van zo’n 100 jaar oud met een centraal gelegen Japans tuintje. Ik was echter nog te vroeg om te kunnen inchecken, waardoor ik m’n bagage achterliet en besloot om al iets van de stad te zien. Ik wilde nog niet alles doen, aangezien ik morgen ook nog een hele dag in Nara zal hebben.

Als eerste liep ik naar het centrumpje, waar ik meteen de gelegenheid om te lunchen. Heel veel meer bijzonders was er niet in het centrum te vinden, waarna ik in de Lonely Planet las dat Isui-en, naar hun zeggen de mooiste Japanse tuin van de stad, morgen gesloten zou zijn. Dus zette ik koers naar deze plek, waarbij ik eerst nog langs een grote vijver kwam met vele karpers, kleine schildpadden en duiven. Ook passeerde ik de grote rode torii aan het begin van Nara Park. Op verschillende plekken langs de weg stonden waarschuwingsborden omtrent overstekende herten. Dit bleek niet voor niets te zijn, aangezien er in het park vele herten vrij rondlopen. Enkele hiervan zag ik vandaag al lopen. Ik kwam aan bij Isui-en, een klassieke Japanse tuin. Alhoewel het museum, waartoe het toegangskaartje ook toegang verschafte, gesloten was, waren de voor- en achtertuin wel geopend. Een beschrijving van deze prachtige tuin is bijna onmogelijk, aangezien het echt iets is wat je met eigen ogen zou moeten zijn. Er was een pad van stenen gelegd rondom een vijver met enkele bruggetjes (zowel stenen bruggen als stenen die als brug dienden), en slingerend door groene veldjes met bomen, plantjes en kleurrijke bloemen. Verspreid door de tuin waren nog meer kleine stroompjes water, speelse trappetjes, een theehuis, een watermolen en rotsen. Leven was er in de vorm van mieren, vlindertjes, karpers, hagedisjes en slechts twee andere toeristen, waardoor ik dit rijk bijna voor me alleen had. Na een rondje door de tuin stapte ik de Japanse tuin naast deze binnen, welke voor buitenlanders gratis was (in tegenstelling tot de vorige). Misschien maar goed ook, want alhoewel deze op zich ook mooi was, kon deze niet tippen aan de andere.

Ik keerde terug naar het guesthouse, waar ik kon inchecken en de medewerker me een korte maar enthousiaste rondleiding gaf door het gebouw. Het zag er allemaal prima uit, maar wel weer heel anders dan in Kyoto, wat een typisch groots westelijk hostel was, terwijl het hier veel kleiner, eenvoudiger en sfeerrijker was. Op weg naar het centrum voor een diner liep ik over het terrein van de Kofuki-ji, één van de tempels hier die op de Werelderfgoedlijst staat. Er waren opnieuw diverse gebouwtjes, waaronder de hoofdtempel, twee pagodes (met drie en vijf verdiepingen), een achtzijdig gebouw en een plek waar diverse beeldjes stonden met rode doekjes om hun heen. Tussen deze beelden stonden drie herten vredig te grazen. Iets later liet ook ik m’n buikje vullen in een restaurantje. Ik keek nog even rond bij alle souvenirwinkeltjes met hertenknuffeltjes, hoedjes en haarbanden in de vorm van een gewei en opblaashertjes, bewonderde de kunstige putdeksels (met een hert erop) en liep vervolgens terug naar het guesthouse voor een ontspannen avond.

Tip van de dag: pas op voor overstekend wild!

Opvallend feitje: net zoals in de meeste authentieke gebouwen het geval is, zijn de deuren in mijn guesthouse ook houten schuifdeuren.

Dag 45: Hertjes en tempels
Dinsdag 24 april 2012

Op deze warmste dag die ik tot dusver hier in Japan heb meegemaakt, verliet ik laat in de ochtend het guesthouse om koers te zetten naar Nara Park. Twee straten verder had ik deze al bereikt, waarna ik begon aan een wandeling door dit park. Het was een groen park met veel meer bomen dan ik had gedacht. In plaats van grote open vlaktes waren er hier en daar wel een paar veldjes, maar deze werden door vele bomen afgewisseld. Uiteraard waren er ook de nodige paden om over te wandelen. Ik liep richting de hoofdattractie van het park (en Nara) en kwam onderweg langs een grote hoeveelheid souvenirkraampjes en kraampjes waar ze softijs verkochten (in de smaak groene thee). Toeristen waren niet de enigen die hier over het pad liepen. Tientallen herten hadden zich namelijk ook tussen de menigte geschaard. Vredig lagen ze op de grond, snuffelden ze aan elkaar, of liepen ze achter personen aan die (voor slechts korte duur) eten in hun handen hadden. Sommige herten negeerden je totaal, terwijl anderen je gapend aan stonden te kijken. Het was de vraag wie naar wie keek. Alle mensen leken in ieder geval te genieten van de aanwezigheid van deze leuke beesten. Er liepen er dan ook best veel rond in het hele park, alhoewel ze niet welkom waren in het bouwwerk waar ik even later aan kwam. Achter een grote poort (de Todai-ji Nandai-mon) bevond zich de Todai-ji Daibutsu-den, een enorme tempel welke zich tot op heden nog steeds ‘s werelds grootste houten gebouw mag noemen. En dit gebouw, omringd door een grasveld, was inderdaad behoorlijk groot. Binnenin bevond zich tevens een reusachtige zittende bronzen Boeddha, met aan weerszijden twee iets kleinere goudkleurige beelden. In twee hoeken van het gebouw waren nog eens twee grote beelden geplaatst, met hoofden die allesbehalve vriendelijk keken. Daarnaast was er een houten pilaar met een klein gat onderaan. Vele Japanners hadden hier veel lol, omdat ze probeerden hier doorheen te kruipen/glijden, soms met succes. Omdat de hal zo groot was, was er zelfs ruimte voor enkele souvenirkraampjes, waarbij je zelfs nieuwe dakpannen kon signeren tegen betaling. Buiten de tempel stond verder nog een eng zombieachtig beeld.

Door de enigszins verkoelende schaduw van de bomen liep ik verder door het park. Terwijl naast me op het pad een hertje begon te snuffelen aan een nietsvermoedende toerist die een bordje stond te lezen, liep ik heuvelopwaarts naar twee houten tempelhallen iets verderop. Aangezien de hallen hogerop lagen, had ik enig uitzicht over het park. De hallen zelf heb ik van binnen niet gezien, maar wel zag ik aan de buitenkant enkele altaartjes, lampen, schilderijtjes, een gong en een plek waar je water kon scheppen. Ik liep weer verder, over een pad met aan de ene kant een enorme rij van souvenirkraampjes en eettentjes, en aan de andere kant een hoge en uitgestrekte groene heuvel waar je tegen betaling op mocht klimmen/zitten. Vele scholieren waren hier lekker aan het picknicken. Lachend om enkele mensen die werden achterna gezeten door herten omdat ze eten bij zich hadden, en enkele andere personen die de herten op een normale manier aan het voeren waren, vervolgde ik m’n tocht door het park. Ik kwam uit bij de tempel van Kasuga Taisha, verscholen tussen de bomen, een rode poort en een groot aantal stenen lantaarns. Deze lantaarns stonden echt overal in rijen opgesteld, met soms meerdere rijen achter elkaar. Alhoewel de lantaarns uiteraard een opening hadden voor een kaars, was deze kaars vaak afwezig. Ook het hoofdpad van en naar de tempels was aan beide zijden begrenst door allerlei lantaarns. En op nog een tempel, een botanische tuin en het nationale museum was dit Nara Park al.

Ik liet de herten achter me en verliet het park, waarna ik langs enkele vijvers heb gelopen waaromheen vele lokale mensen op stoeltjes zaten met een doek, potloden en/of kwasten en verf. Een klein paviljoen in het water, met groen op de voorgrond en bomen op de achtergrond, zorgde namelijk voor mooie plaatjes. Hierna heb ik nog een iets uitgebreider rondje door het kleine centrum van Nara gemaakt, maar behalve de standaardwinkeltjes, enkele speelhallen met aparte apparaten met vele zilverkleurige balletjes, yogacentra en plekken waar je kalligrafiebenodigdheden kon kopen, was er niet veel bijzonders te zien. Bij een zaakje waar je afhaaleten kon halen (een bak met rijst, groente en vlees of vis) haalde ik een diner, waarna ik terugging naar het guesthouse. Echt veel meer had ik niet te doen, dus genoot ik bij het guesthouse van de namiddag, m’n lekkere eten en een ontspannen avond, waarin ik tevens het een en ander uit kon zoeken voor de volgende stad op mijn lijstje: Osaka!

Tip van de dag: de koekjes die je in het park kunt kopen, zijn niet voor persoonlijke consumptie bedoeld.

Opvallend feitje: in Nara Park mag je volgens de bordjes Pacman geen water geven, maar de hertjes wel voedsel.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *