Luxor

Luxor

Donderdag 17 juli 2008 – Dag 7
Al om 5.30 uur stonden we op, zodat we na een vrij simpel ontbijt, met gezelschap van een hond uit de buurt (voor de restjes), tegen een uur of zeven konden vertrekken. Het werd een lange en vermoeiende tocht naar Aswan. Daarvoor moesten we eerst de woestijn uit rijden naar Luxor. Onderweg viel er niet veel meer te doen dan slapen, naar buiten kijken, lezen, drinken en eten. Na het middaguur bereikten we Luxor, waar we op zoek moesten naar het startpunt van het konvooi, waarmee we naar Aswan zouden gaan. De stad Luxor zal volgende week bezocht worden. Nadat nog enkele andere busjes met toeristen waren gearriveerd, vertrokken we onder militaire begeleiding. De exacte reden hiervoor is ons niet verteld. Na een paar uur, nadat de begeleiding alweer verdwenen was, Koen bij een tussenstop belaagd was door opdringerige verkopers, we de trein voorbij hadden zien rijden, we een auto-ongeluk hadden gezien, huisjes in de rotsen hadden aanschouwd en de Egyptische getallen hebben leren lezen, kwamen we aan in Aswan. Meteen viel ons op dat deze stad veel mooier en groener was dan Cairo. Groene parkjes en perkjes, sierlijke fonteintjes en een prachtig uitzicht op de Nijl met feloeka’s waren hier te vinden. Toen we voor het Nubanil hotel werden afgezet in het midden van de dag, werden we behoorlijk verrast door de warme temperatuur, die ver boven de 40°C uitstak. We kregen onze drie kamers op de 2e verdieping toegewezen, die er prima uitzagen. De airco en koelkast werkten ook erg goed. Eindelijk kon iedereen zich lekker opfrissen. Aangezien het al bijna aan het eind van de middag was, wilden we iets eten. Omdat het bekende Old Cataract Hotel met zijn high tea met een grote verbouwing bezig was, besloten we om op zoek te gaan naar een ander leuk restaurantje. Alhoewel we bij elke taxi mochten instappen, gingen we toch maar met z’n vijven (Michelle wilde opnieuw niet mee) door de bloedhitte langs de Nijl lopen, waar we bij het buitenrestaurant van een ander hotel aan de Nijl lekker van pizza’s konden genieten. Op de terugweg liepen we door een andere straat parallel aan de Nijl. Hier hadden ze namelijk een en al winkeltjes die hun waar buiten hadden gestald. Ook hier liep het aanbod weer erg uiteen. Aangezien we een van de weinige toeristen waren, moesten we volgens de verkopers overal wel wat halen. Toch kwamen we slechts terug met erg goedkope (maar goede) medicijnen voor Ilona (de hevige buikkramp van de afgelopen dagen was nog niet helemaal voorbij) en flessen water. Na een korte internetsessie in een café naast ons eigen hotel, bespraken we met Mohammed de dagen in Aswan en Luxor. Daarna gingen we vroeg naar bed, want het zou maar een erg kort nachtje worden.

Vrijdag 18 juli 2008 – Dag 8
De wekker ging om 2.55 uur, Mohammed stond om 3.00 uur op de deur te kloppen en om 3.30 uur zaten we alweer in het busje. Iets later reden we een verzamelterrein op, waar vele andere busjes en bussen met mensen klaarstonden. Om klokslag 4.00 uur werd een startsein gegeven. In konvooi reden we in het holst van de nacht in 2,5 uur naar de tempel van Abu Simbel. De rit was lang, saai en donker, maar tegen het eind konden we wel weer een zonsopkomst bekijken. Bij Abu Simbel, waar het aardig druk was (en dan is dit nog maar het Egyptische laagseizoen), kochten we kaartjes, liepen we een stukje langs het water en konden we vervolgens de twee grote en indrukwekkende tempels aanschouwen. Mohammed mocht zelf niet mee naar binnen, maar wist met foto’s wel een verhaal te vertellen op het plein voor de tempels. Beide waren vanwege de aanbouw van de Aswandam in stukken gesneden en hier opnieuw in elkaar gezet, anders lagen de tempels nu in het water. Bij de grote tempel van Ramses II was duidelijk te zien dat dit niet helemaal goed is gegaan. Het bovenste gedeelte van het tweede reusachtige beeld (van de vier) van Ramses II is bijvoorbeeld niet meer aanwezig. Van binnen zag deze tempel er ook mooi uit, met een zuilengalerij en vele schilderingen van Ramses II, verspreid over enkele kleine kamers. Foto’s maken mocht helaas niet, zodat we achteraf een pakje kaarten hebben gekocht. De kleine tempel leek van binnen op die van de grote. Aan de wanden waren met schilderingen bepaalde gebeurtenissen afgebeeld uit het leven van Ramses II. Nadat we de tempels ook van buiten nog eens hadden bewonderd, evenals het uitzicht over het water, keken we nog bij de vele souvenirkraampjes. Hier kocht ik na flink afdingen nog een leuke sleutelhanger. Ilona heeft iemand blij gemaakt door haar €50 briefje te wisselen voor euromunten. Hierna was het tijd om de lange reis terug te maken. Op dat moment was het ook wel duidelijk waarom de tempel ‘s ochtends bezocht moest worden: het werd erg heet. Terug in het hotel hebben we in het restaurant een lekkere maaltijd met vlees genoten. In de middag hebben we in het zwembad op het dak gepoedeld. Heel veel meer dan dat lukte niet, simpelweg omdat er nog maar een halve meter water stond en het vullen niet echt snel ging. Jammer genoeg werd de rust ook verstoord door buikglijdende Fransen. In de namiddag liepen we met Mohammed naar een bootje op de Nijl. Hiermee vaarden we naar een eilandje met een botanische tuin. Van een of andere vreemde tuinwachter, die wel heel veel interesse had in Ilona (en haar veel kamelen bood), kregen we een korte rondleiding, waarin hij ons aan diverse blaadjes liet ruiken, zoals die van een limoenboom. Het was allemaal wel grappig en hij deed tenminste meer dan Mohammed, die op het terras was gaan zitten. Met een ander bootje vaarden we een stuk verder de Nijl op, dat uiteraard mooie plaatjes opleverde. Bij een Nubisch dorp legden we aan. Hier heeft de tijd langer stilgestaan. Bewoners leefden in simpele hutjes, verkochten handgemaakte beeldjes, messen en specerijen aan bezoekers, kamelen liepen rond en kleine kinderen probeerden je ook over te halen om wat te kopen. Het was leuk om te zien hoe de kleintjes reageerden toen ze snoepjes kregen van Ilona en op de foto mochten (en die konden terugzien). In een kamertje kregen we muntthee als welkomstdrankje en werden we verrast door de komst van een Nijlkrokodil, die we in onze armen mochten vasthouden. Daarna kregen we zelfs drie kleintjes op onze schouders en hoofd gezet. Dat was echt supergaaf! We keken nog eventjes rond, lieten muziek van mobieltjes tegen elkaar in gaan en mochten toen gaan zitten voor een avondmaal met uiensoep, rijst, aardappels, groente, worstjes en meer. Het was prima te eten. Hierna gingen we met het bootje terug naar het hotel. Onderweg zaten we heerlijk op het dak, zodat we een prachtig uitzicht hadden op het verlichtte Aswan (het was namelijk al donker). Vervolgens zijn Koen, Ilona, Anne en ik de bazaar nog af gelopen, wat erg vermakelijk was. Opvallend was ook hoe druk het hier nu nog was. Daarna was het wel bedtijd na zo’n lange en vermoeiende dag.

Zaterdag 19 juli 2008 – Dag 9
Iedereen heeft de afgelopen nacht erg goed geslagen. Over de badkamer hoeft ook niet geklaagd te worden en zelfs het ontbijt was lekker. Om 8.00 uur vertrokken we met een ander busje (en een andere chauffeur dan Hassan) naar de gebroken obelisk. Het bezichtigen van deze plek was het entreekaartje niet echt waard, omdat we na wat klimmen een liggende, half uitgehakte en gebroken obelisk zagen. Deze was bedoeld voor een tempel, maar het uithakken werd stopgezet toen er een grote barst in verscheen. Daarna reden we naar de bekende Aswandam, waar we ergens aan de zijkant van de grote en nieuwe dam uitstapten, die aan één kant grensde aan een meer. Op de echte dam kon je als toerist niet komen, om te voorkomen dat hij beschadigt. Helaas was dit niet zo spectaculair als gedacht. Als laatste gingen we met een bootje naar de tempel op het eilandje Philae, dat vanwege het bouwen van de dam, net als Abu Simbel, verplaatst was. Hier vertelde Mohammed over de tempel, godin Isis, de zuilen, de gezichten met emoties, de wanden met uitgehakte afbeeldingen, drie baarkamers en de bijbehorende troon. Vervolgens ging hij zitten en konden we zelf nog rondkijken, omdat Mohammed vanwege grote andere toeristengroepen enkele delen had overgeslagen. Het was een mooie tempel. Na een boot- en bustochtje kwamen we weer terug bij het hotel. De hele middag hebben we in en rond het zwembad gehangen. In het begin stond het water nog lager dan gisteren, maar langzaamaan kwam het water voorbij het eerste randje. Pogingen om meer water te krijgen (door middel van het water uit de douche) faalden. Het was een gezellige, warme, maar toch ook verkoelende middag. Het was ook leuk om daar de verhalen van andere Shoestring reizigers te horen, die een ietwat andere reis maakten. Om 18.30 uur vertrokken we naar een tentje op een berg bij Aswan, waar we konden genieten van een high tea. We hadden hier een mooi uitzicht op de Nijl en Aswan. We kregen een soort siroop, thee, een plakje cake en hele kleine oliebolletjes! Hier hebben we een hele tijd gezellig gezeten en daalde het niveau naar flauwe Egyptische en Nederlandse moppen die naar het Engels vertaald waren. Toch was dat wel erg leuk. Hierna gingen Michelle en Anne terug naar het hotel. Met z’n vieren gingen we nog naar het restaurant aan de Nijl waar we eergisteren eigenlijk wilden eten. Langs het water bestelden we hier gemarineerde duif! Dat was echt apart om te eten, vooral omdat we hem met kop en al kregen. Helaas zat er niet veel vlees aan, maar toch was het wel lekker. Laat op de avond gingen we snel terug naar het hotel om te gaan slapen.

Zondag 20 juli 2008 – Dag 10
We stonden bijtijds op, ontbeten snel, pakten onze spullen in en liepen naar de lobby om daar afscheid te namen van onze trouwe chauffeur Hassan, die we nog een fooitje en een kaartje nalieten. Met alle koffers en tassen liepen we naar de Nijl, waar we aan boord gingen van een mooie feloeka, een klein Egyptisch zeilbootje. Deze was op het dek bedekt met een groot matras en kussentjes, zodat we daar heerlijk op konden liggen en zitten. Boven ons was een doek gespannen om de zon tegen te houden. Twee Egyptische jongetjes gingen mee om voor de maaltijden te verzorgen en om de zeilen en het roer te bedienen. Op een rustig tempo zijn we zo een stuk van de Nijl afgevaren. Onderweg kwamen we andere bootjes en cruiseschepen tegen en langs de oever was het overal groen, ook al was het maar voor enkele meters, omdat daarachter de rotsige woestijn alweer begon. Hier werden gewassen geplant, vlogen vogels rond, liepen er koeien rond en balkten vele ezels er vrolijk op los. Het zonnetje scheen fel, maar de schaduw en wind brachten voldoende verkoeling. Hier en daar stopten we aan de kade om de benen te strekken. Tussen de middag aten we weer een standaardmaaltijd en ‘s avonds pasta, falafel (een soort frikadellen), groente, patat, meloen en meer. Onderweg hebben we lekker gelegen, veel gelezen, gekletst, gekaart en ‘raad de persoon’ gespeeld. We hebben in ieder geval veel lol gehad. Alhoewel sommigen het wel verleidelijk vonden, hebben we toch maar niet in de Nijl gezwommen, omdat dat vanwege mogelijke gezondheidsproblemen sterk werd afgeraden. Wel wist Arthur zijn piratenbootje te water te laten, die nog best goed wist te blijven drijven. ‘s Avonds meerden we met drie andere feloeka’s aan bij een veldje met koeien en ezels, waar ons gevraagd werd hout te verzamelen. Deze ging later aan als kampvuur, waarna enkele Egyptenaren muziek maakten en door sommige toeristen vrolijk om het vuur werd gedanst. Na nog veel geklets was het tegen middernacht tijd om de slaapzakken erbij te pakken en op de boot, in het licht van de maan, te gaan slapen.

Maandag 21 juli 2008 – Dag 11
Vlak nadat ik wakker was geworden, vertrok de feloeka alweer op weg naar de eindbestemming een klein stukje verderop. Op dat moment werden de anderen ook wakker, de een iets sneller dan de ander. We hadden redelijk geslapen, maar voelden ons wel vies. Het hele matras was gisteravond ook al klam van ieders zweet. We kregen een ontbijt met brood, ei, pennywafels, banaan, en meer. In ieder geval waren het weer een paar andere dingen dan normaal. Hierna werden we door een busje met een nieuwe chauffeur opgepikt en naar Kom Ombo gereden. Het busje zag er wat nieuwer uit, maar de chauffeur toeterde voor het minste of geringste, dat erg vervelend was. Mohammed leidde ons vervolgens vrij snel door de mooie en vervallen tempel heen, die onder andere voor de krokodillengod Sobek was. Alhoewel we geen krokodil in de Nijl hadden gezien, lagen hier nog wel drie gemummificeerde exemplaren. Het is erg jammer dat we er zo snel doorheen moesten, omdat we in konvooi terug naar Luxor zouden gaan. En het gemene is dat we in het busje ook nog meer dan 20 minuten moesten wachten voordat we echt vertrokken, alleen vanwege twee zoekgeraakte andere toeristen! Op weg naar Luxor zijn we uitgestapt bij de tempel van Edfu, waar we op beter tempo doorheen zijn gewandeld. De tempel zag er mooi uit, maar we begonnen nu wel te merken dat de tempels steeds meer op elkaar gaan lijken. Ook bij deze tempel heeft Ramses II vrij vaak zijn stempel achtergelaten met afbeeldingen en cartouches. Hierna gingen we echt op weg naar Luxor, een stad die qua uiterlijk een beetje tussen Cairo en Aswan in lag: een beetje groen, maar op punten ook wel erg lelijk en chaotisch. We kwamen aan bij het Queen’s Valley Hotel, wat tot dusver het meest luxe hotel was wat betreft bedden en badkamer. Meteen maakten we gretig gebruik van de douches. Na de rustpauze gingen we, zonder Michelle, op weg naar de tempel van Karnak, het grootste nog bewaarde tempelcomplex van Egypte. Van Mohammed kregen we een snelle rondleiding, waarna we zelf nog konden rondlopen door dit zeer indrukwekkende bouwwerk. Alles was erg groot, waaronder enkele obelisken en een bijzondere galerij met maar liefst 134 zuilen! Verder waren er nog genoeg wanden met afbeeldingen (zelfs in kleur als je even van het hoofdpad afweek), hiërogliefen en was er een heilig meer. Hierna was het tijd voor het Luxor museum. Na opnieuw veel gedoe met studentenkaarten en het niet hebben van wisselgeld bij het kopen van tickets, verbaasden we er ons over hoe mooi dit museum was vergeleken met die van Cairo. Deze zag er namelijk netjes uit, waarbij alles ook mooi tentoongesteld werd. Hier stonden bijzondere beelden, sarcofagen, muntjes, wanden met hiërogliefen, gebruiksvoorwerpen, enz. Ook lagen hier (en nu konden we ze eindelijk zonder extra hoge betaling zien) twee mummies, waarvan je het zwarte hoofd en de voeten kon zien. Dat zag er heel apart uit! Nadat we alles hadden gezien, inclusief de souvenirs, reden we verder naar de Luxor tempel, die we van buitenaf al eerder hadden gezien, omdat hij midden in de stad lag. Hier stonden ook weer grote zuilen en beelden. Bij de toegangsweg had je twee lange rijen met kleine sfinxen. Na dit bezoek zijn we met Mohammed naar een shoarmazaak gegaan, waar we van heerlijke schotels konden genieten. Helaas moest dit wel snel gebeuren, want we moesten Michelle ophalen om vervolgens terug te gaan naar Karnak, waar de Sound & Light Show begon. Net op tijd konden we ons nog aansluiten bij de andere mensen. We liepen opnieuw door de tempel heen, maar ditmaal was het donker en werden diverse beelden afwisselend verlicht met lampen. Via speakers was muziek te horen en Engelse stemmen vertelden de achterliggende verhalen. Op ongeveer de helft van de show moesten we op een podium bij het water zitten, waar het verhaal verder ging en diverse bouwwerken verlicht werden. Dit was bijzonder, maar ook wat aan de saaie kant, omdat er niet heel veel verschillende lampen waren en telkens weer hetzelfde werd verlicht. Na de show was het tijd om terug te gaan naar het hotel, waar we heerlijk, maar kort, hebben geslapen.

Dinsdag 22 juli 2008 – Dag 12
Het was iets voor vijven toen de wekker ging. We stonden snel op en namen onze ontbijtdozen met broodjes en beleg, drinken en losse chips mee in het busje, dat ons naar een bootje op de Nijl bracht. In een heel traag tempo vaarden we naar de overkant, om daar met een busje tussen de velden door te rijden, waar het busje jammerlijk vast kwam te zitten in een kuil van modder. Dit zagen wij natuurlijk allang aankomen, maar de chauffeur was erg eigenwijs. Gelukkig waren we toen al bijna op de plaats van bestemming, zodat het niet ver meer lopen was. Naast een weiland stond een heuse luchtballon op ons te wachten! Hier zijn we in geklommen, drie aan elke kant. De vriendelijke piloot heette ons welkom en enkele ogenblikken later stegen we op. Het grote vuur boven ons brandde in onze nekken. Langzaam stegen we op en lieten we ons meedrijven in de richting van de wind. De zon was al opgekomen en scheen laag aan de horizon in onze rug over het landschap, waardoor die kant lastiger te bekijken was. Toch bleven we nog een heel mooi uitzicht behouden op de westkust en het platteland van Luxor. De piloot vertelde ons over de oude bouwwerken die we konden zien en waar we soms ook langs of overheen vlogen, zoals enkele tempels en beelden. Beneden ons zagen we ook veel boeren aan het werk op het land. Aan de rand van de woestijn, vlakbij de Vallei der Koninginnen, maakten we na een uurtje vliegen een landing, waarbij we in het mandje moesten gaan zitten. Enkele mannen van de volgauto trokken de ballon vervolgens omlaag. Na een zachte landing werd de ballon opgeruimd, kregen we een certificaat en T-shirt en gingen we alweer het busje in voor een kort ritje naar de Vallei der Koningen. Na zo’n indrukwekkende ballontocht was het nu tijd om enkele graven van farao’s te bezoeken. Met het toegangskaartje konden we er drie bezoeken. Met een treintje werden we het dal in gereden, waarna we in de felle zon verder liepen. Mohammed had drie bijzondere (en geopende (sommigen waren helaas gesloten en/of niet toegankelijk)) graven uitgekozen, waar hij eerst iets over vertelde, waarna wij erin gingen. Bij de eerste twee (van Ramses III en Amonhotep) moesten we met enkele trappen de grafkamer in, terwijl we op de muren van nog ingekleurde hiërogliefen konden genieten. In de kamers waren ook genoeg muurschilderingen te aanschouwen. Bij de derde van Thutmosis III moesten we buiten eerst een stuk een trap op, waarmee we behoorlijk diep het echte graf in klommen. Aan de muren waren weer schilderingen te vinden, maar ze waren hier heel anders, alsof een kind met stiften had zitten tekenen. Beneden stond ook nog een sarcofaag. In dit graf was het echt extreem benauwd: het was er warm, klam en vies en we zweetten nog meer dan ooit tevoren. Plotseling ging ook al het licht uit, maar gelukkig was dit maar voor enkele seconden. Terug buiten rustten we uit in de schaduw, omdat het in de Vallei al behoorlijk heet was geworden. De mooiste, belangrijkste en bekendste graven, zoals die van Ramses II en Toetanchamon, mocht je alleen tegen extra betaling bezoeken. Die laatste voor maar liefst €10, meer dan het gewone toegangskaartje! Toch wilden Arthur, Ilona en ik die niet overslaan, zodat we tegen een studentenprijs (50%) toch een kaartje kochten. De grafkamer was superklein, vooral als je het vergeleek met de andere graven. Daarnaast waren alle schatten er ook al uitgehaald, want deze lagen in het museum van Cairo. Wel konden we de mummie van Toetanchamon bewonderen, waarvan het hoofd en de voeten onbedekt waren. Aan de andere kant lag zijn mooi glimmende gouden sarcofaag, omgeven door mooi versierde wanden. Ondanks dat het klein en duur was, hadden we dit toch niet willen missen. Het dal zat erop en we reden door naar de tempel van Hatsjepsoet, de enige vrouwelijke farao. In een hitte van 40°C bekeken Arthur, Ilona, Anne en ik de buitenkant van de tempel, die in een berg was uitgehakt. Ook waren nog enkele kleurschilderingen te zien. Naar binnen gaan kon helaas niet. In het cafeetje genoten we van een verfrissend ijsje of een drankje. Hiermee was een eind gekomen aan alle bezoekjes van oud-Egyptische tempels en tevens het programma van de dag. Terwijl Anne en Michelle lagen te slapen, zijn we met z’n vieren gaan zwemmen in het zwembad. Toen we daar heen liepen, viel het op dat de bovenste drie verdiepingen van het hotel een bouwval waren, overal lagen stenen en ander puin. Het zwembad was nu in ieder geval een stuk beter en dieper, zo diep dat we zelfs niet konden staan. Aan het eind van de middag zijn we bij een bazaartje allemaal souvenirwinkeltjes afgegaan, op zoek naar leuke en goedkope beeldjes. In een simpel McDonald’s-achtig restaurantje hebben we heerlijk gegeten. We liepen nog een bazaar over, maar werden op een gegeven moment helemaal gek van de verkopers dat we terug zijn gegaan naar het hotel (maar niet helemaal met lege handen) om daar lekker te slapen.

Woensdag 23 juli 2008 – Dag 13
Het was vandaag een lange en saaie dag, die vermoeiend was vanwege het vele nietsdoen. Nadat we waren opgestaan, hadden ingepakt en hadden ontbeten, werden we met een busje naar het treinstation gebracht. Daar moesten we nog een halfuurtje wachten, zodat we nog tijd hadden om de gekke straatverkopers na te spelen. Toen de trein om 9.30 uur kwam, gingen we zitten op onze plaatsen en begonnen we aan de lange rit naar Cairo. Het was aardig druk in de trein en ook liepen er constant verkopers langs met van alles en nog wat, zoals eten, drinken en telefoonkaarten. Onderweg zijn we een behoorlijk aantal keer gestopt bij kleine stations en reden we langs kleine dorpjes en oases, aangezien we elke keer in de buurt van de Nijl reden. We vermaakten ons voornamelijk met boekjes. Tegen een uur of acht bereikten we Cairo, waar we met een busje naar het Indiana Hotel werden gebracht, waar we ditmaal een stuk langer moesten traplopen, omdat we nu op de 6e in plaats van de 2e verdieping zaten. We hadden honger en gingen opnieuw naar de KFC met de doven voor een lekkere maaltijd. Nadat we nog even op het saaie dakterras van het hotel hadden gekeken, zijn we gaan slapen in een kamer waar de airco weer lekker hard aan het loeien was.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *