Khao Sok National Park

Khao Sok National Park

Vrijdag 5 maart 2010
Dag 153: Terug naar het vasteland

Gaap! Vanochtend stond ik om 5.15 uur op, zodat ik een halfuur later met al m’n bepakking bij het toeristenbureautje stond. Tijdens zonsopkomst werd ik met enkele anderen naar de haven gebracht, waar we even later aan boord gingen van een ferry. Ik nam plaats op een houten bank op het bovendek, waarna er een zonnige rit van een kleine 3 uur terug naar het vasteland volgde. Heel veel meer valt er niet over te zeggen. Na aankomst op de Don Sak pier werden we met een touringcar naar Surat Thani gebracht, wat een rit was langs prachtige bergen, vergelijkbaar met het karst rond Vang Vieng. In Surat Thani was het druk, dus het duurde even voordat we aankwamen bij het eindpunt van de bus. Hier kon ik vervolgens ook nog een tijd in de zon staan wachten voordat een sangthaaw me naar weer de corresponderende touroperator kon brengen. Ook hier kon ik een tijd wachten, alvorens in een sangthaaw naar weer een andere plek te rijden om mensen te droppen. Ik moest echter opnieuw naar een ander busbedrijf. Het was uiteindelijk 13.30 uur voordat ik met een minivan richting Khao Sok National Park vertrok. Ik was de enige westerling in de bus; alle andere westerlingen waren al in andere bussen naar Phuket en andere eilanden in het westen gestapt. De rit was erg mooi, met veel jungle en vele prachtige bergen. Zoals wel vaker gebeurt, stopte de chauffeur regelmatig onderweg om goederen af te leveren bij winkeltjes of restaurantjes, of pikte hij lokale mensen op om ze verder op de route ergens af te zetten. Het is natuurlijk ook een mooie bijverdienste voor de chauffeur. Aangekomen bij Khao Sok werd ik afgezet bij een bungalowpark met leuke houten bungalowtjes, welke allen een balkonnetje met een hangmat en een mooi uitzicht hadden. Ik bekeek de tours die werden aangeboden en besloot om morgen twee bijzondere trips te gaan maken. De rest van de namiddag en avond heb ik bar weinig gedaan. Voornamelijk heb ik in m’n hangmat zitten lezen tot het donker werd (ik heb geen buitenverlichting), geluisterd en gekeken naar vogeltjes en een eekhoorn in de boom naast m’n bungalow en in het restaurant zitten eten en internetten. Aangezien er ook een behoorlijke groep jongeren was gearriveerd -welke regelrecht van de Full Moon Party leek te komen en hier nu beer pong kwam spelen- was het een drukke boel (maar ook vanwege enkele enthousiast spelende kinderen), maar dat deerde me niet. Later op de avond ben ik in ieder geval lekker gaan slapen. Morgen hoef ik gelukkig niet zo vroeg op, aangezien ik zelf mag bepalen wanneer ik m’n eerste korte tour wil houden.

Zaterdag 6 maart 2010
Dag 154: De stank van bedorven gehakt

Om meteen maar enkele misverstanden de deur te wijzen: nee, het eten in m’n guesthouse is prima. Gehakt hebben ze niet eens; alle maaltijden worden met kip geserveerd. Waar de titel van vandaag wel op slaat, vertel ik zo. Vanochtend kon ik om te beginnen lekker uitslapen, waar ik na drie dagen vroeg opstaan wel weer eens aan toe was. Ik nam een ontbijtje in het restaurant van het park en vroeg de receptie of ze een gids beschikbaar hadden om mij een Flower Trek Tour te laten maken. Helaas was er op dat moment niemand, dus heb ik een uurtje zitten internetten en geluncht. Even voor twee├źn kwam er iemand die me wilde rondleiden door een klein gedeelte van het Khao Sok National Park. Met een motorbike gingen we eerst naar de ticket booth om een dagkaart te kopen voor dit 160 miljoen jaar oude woud. Alhoewel het park over enkele meren, watervallen en grotten beschikt (naast de vele bomen en wilde dieren uiteraard), was dit niet de reden waarom ik hier naartoe was gekomen. Soortgelijke parken heb ik immers al gezien en ze beginnen een beetje op elkaar te lijken. Wat Khao Sok uniek maakt, is de rafflesia kerii, een bijzondere bloem zonder stengel die het hele jaar gesloten is en slechts een week in de bloei staat, waarbij het zich opent en een diameter van maximaal 90 cm krijgt. De bloem zou dan ruiken naar rottend vlees. Er is me verteld dat ik geluk had, want alhoewel de meeste bloemen ergens in januari en februari bloeien, waren er nog enkele die nu geopend waren. Met de motorbike reden we een stukje over de weg langs het park, waar we stopten bij een kleine zij-ingang. Hier begon ik met m’n niet erg spraakzame gids (vanwege z’n gebrekkige Engels) aan een erg zware en vermoeiende tocht bergopwaarts. Alhoewel we voortdurend schaduw hadden van de bomen, maakte het tropische klimaat het er niet makkelijker op. Onderweg viel niet heel veel bijzonders te zien, wel was het om ons heen geen moment stil, aangezien vogels en insecten constant geluid maakten. Na zo’n 50 minuten waren we eindelijk op een van de plekken aangekomen waar enkele rafflesia’s groeiden. Hier bevonden zich er vier, waarvan er drie gesloten waren. Deze lagen als ballen op de grond tussen de gevallen bladeren van de omliggende bomen. Ze hadden veel weg van een kokosnoot, zowel qua vorm als formaat. Een enkele bloem had zijn erg dikke bladeren echter geopend, resulterend in een donkerrode bloem met een doorsnede van zo’n 60 cm. Binnenin de bloem bevonden zich vele puntige stekels. Het was een bijzonder gezicht. In eerste instantie rook ik niets, maar toen ik m’n neus dichter bij de bloem hield, merkte ik dat de verhalen niet verzonnen waren, aangezien de bloem stonk naar bedorven gehakt. Nadat ik tijdje naar de bloem heb zitten staren, zijn we terug gelopen, wat een stuk makkelijker was. Met de motorbike reden we vervolgens terug. Het was een korte, maar unieke trip. De rest van de middag heb ik opnieuw in m’n hangmat liggen slingeren en enkele resterende hoofdstukken uit m’n duikboek zitten lezen. Na m’n diner ben ik om 20 uur aan een tweede trip van zo’n twee uur begonnen. Met een andere gids, die het Engels ook niet echt meester was, liep ik naar het National Park toe. We hadden allebei een zaklamp, waarmee we hoopten allerlei wilde beesten te spotten tijdens deze Night Safari. Nadat we bij een resort door het prikkeldraad waren geklommen om het park te betreden (shortcut), hebben we een stuk over een pad gelopen. Onze lampen waren gericht op de grond langs het pad en de boomtoppen. Om ons heen hoorden we talloze insecten zoemen en hier en daar vogels fluiten. Ook hoorden we hier en daar wat geritsel in de bosjes. We hoopten tijgers, beren, slangen, zwijnen, olifanten en ander wild tegen te komen, maar het mocht niet baten. We zagen verrassend weinig; zelfs in m’n bungalow zitten meer beesten (ook al zijn dat alleen gekko’s). Wat we zagen, waren een grote harige spin, twee vlinders, een mier en een vleermuis. Zelfs toen we langs een kabel even de echte ongerepte jungle in trokken, hadden we geen geluk. Het was alsnog bijzonder om mee te maken, maar een volgende keer beter. Terug bij het bungalowpark heb ik niets speciaals meer gedaan (naar Bob Marley in de bar tegenover ons zitten luisteren terwijl ik dit verhaal zat te typen), alvorens naar m’n bungalow terug te keren om te slapen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *