Vientiane

Vientiane

Maandag 18 januari 2010
Dag 107: Naar de Laotiaanse hoofdstad

Nadat ik vanochtend was opgestaan, heb ik bij het hostel een bus geboekt naar Vientiane, de hoofdstad van Laos. Na m’n ontbijt pakte ik mijn spullen in, waarna ik nog enige tijd in de lounge heb liggen chillen. De meeste anderen maakten zich echter alweer klaar voor een nieuwe tube-dag. Sommigen kunnen er namelijk geen genoeg van krijgen en blijven veel langer in Vang Vieng hangen dan van tevoren gepland. Volgens Pong kon ik ook nog langer blijven als ik wilde (ik zou dan wel met twee anderen in de tv kamer op de bank moeten slapen), maar ik bedankte daarvoor. Ik kan namelijk nog twee weken in Laos blijven met m’n visum en wil ook nog enkele plaatsen in het zuiden aandoen. Nadat de anderen waren vertrokken en ik een lunch om de hoek had gehaald, pikte een rammelend busje me op, waarna we nog enkele anderen ophaalden. Gelukkig reden we hiermee slechts naar het busstation, waar we om 13.40 uur aankwamen. Hier hebben we echter nog een uur moeten wachten (Laotiaanse tijd moet je ruim nemen), aangezien de grote bus er nog niet was en de kleine busjes nog op en aan moesten rijden om nog meer reizigers op te halen. Uiteindelijk stonden we met een enorme groep te wachten, waarbij we vreesden niet in de bus te passen. Toen de bus eindelijk arriveerde, bleek dat ook het geval te zijn, waardoor vier personen uiteindelijk in het gangpad hebben moeten zitten. Ik was dat gelukkig niet, dus kon ik onderweg op een redelijke stoel m’n reisverslag van de afgelopen dagen inhalen. Het was opnieuw een slingerende rit, maar heel lang was het gelukkig niet. Iets na zessen kwamen we in het donker aan op het busstation van Vientiane, een stad ten zuiden van Vang Vieng, vlak op de grens met Thailand (Vientiane ligt aan de Mekong, welke de twee landen begrenst). Alhoewel het de hoofdstad is, schijnt het wel de meest rustige hoofdstad van Zuidoost-Azië te zijn. De Lonely Planet noemt het zelfs de meest relaxte hoofdstad ter wereld. Vele reizigers noemen het saai. Ik zal het morgen wel merken, want veel tijd voor sightseeing had ik vandaag niet. Met een jumbo reed ik naar het centrum, waar ik in een zijstraat van de weg langs de Mekong een bed in de dorm van een guesthouse wist te vinden. Nadat ik m’n spullen had opgeruimd, ben ik naar de Mekong gelopen, waar zich een enorme strip van etenstentjes bevindt. Hier bestelde ik padthai, terwijl ik me af bleef vragen waarom alle tafels en stoelen hier op een strandje leken te staan en ze bij het water nog meer aan het graven waren met bulldozers. Na m’n late diner kreeg ik van een man een city tour op een motorbike aangeboden voor ‘a good price’. Ik zou er nog over nadenken, want morgen wil ik eerst zelf in het centrum rondwandelen. Misschien overmorgen voor de verder weg gelegen highlights. Vervolgens liep ik wat rond, waarna ik er achter kwam hoe rustig de hoofdstad inderdaad was. Langs het water bevonden zich nog enkele kraampjes met souvenirs die verdacht veel leken op die van Luang Prabang. De schaal van de markt was echter vele malen kleiner. In andere straten was het ook rustig (weinig auto’s, motorbikes en mensen). Na de hectiek van Vang Vieng deed dit het laidback gevoel van Laos weer zien. Alleen de ietwat modernere gebouwen, de stoplichten en zebrapaden, de enkele grotere bedrijfspanden, de paar prostituees en marihuanaverkopers op straat en de logo’s van de SEA Games 2009 (welke hier vorige maand gehouden zijn; nee, Vientiane heeft geen zee, SEA staat voor South East Asia) lieten nu enigszins merken dat Vientiane een hoofdstad in Zuidoost-Azië probeert te zijn. Maar meer van de stad zou ik morgen wel zien. Eerst ging ik terug naar m’n dorm om lekker te slapen.

Dinsdag 19 januari 2010
Dag 108: Een dag in Vientiane

Iets na negenen stond ik op, waarna ik bij het restaurant van de Belgische buurman een ontbijtje nam. De Lonely Planet had weer eens een mooie wandelroute door het centrum, dus leek het me geen verkeerde keus om deze te volgen. Ondanks dat er overal genoeg tuktuks te vinden waren, ben ik gewoon naar het beginpunt van de route gelopen. Heel groot is Vientiane namelijk niet en met de voet is het meeste wel te bereiken. Via enkele relatief rustige straten, waar de Franse invloed aan de gebouwen en borden goed te merken was, liep ik langs het National Museum en de Culture Hall naar de weg die de Champs Elysees van Vientiane genoemd wordt. Alhoewel het een lange weg was, was de Thanon Lang Xang toch een stuk minder interessant dan zijn Franse tegenhanger. In plaats van winkels en restaurants bevonden zich hier slechts enkele grote gebouwen van bedrijven en enkele ministeries. Wel bevond zich halverwege op een rotonde de Patuxai. Hier volgen enkele woorden van het bord dat bij dit monument hangt: ‘Victory Gate of Vientiane, a huge structure resembling the Arc de Triomphe […] never complete due to the country’s turbulent history. From a closer distance, it appears even less impressive, like a monster of concrete.’ Ik ben blij dat ze deze woorden zelf in de mond nemen, want ik kan ze geen ongelijk geven. Van een afstandje had hij inderdaad iets weg van de Arc in Parijs, maar van dichtbij zag je dat hij vierkant was en aan alle vier de zijden een boog had. Aan de bovenkant was hij van buiten redelijk versierd, maar de binnenkant was net zo lelijk als de onderkant van een brug. Via een lelijk kaal betonnen trappenhuis kon je naar boven lopen, waar je halverwege op een verdieping met je neus in allerlei souvenirkraampjes viel. Van bovenaf had je echter wel een mooi overzicht over de stad, dus het was in ieder geval niet voor niets. Ik liep weer terug en maakte halverwege de grote weg een uitstapje naar twee naast elkaar gelegen overdekte markten. Hier was weer veel kleding te vinden, net als wasmachines, televisies, gekopieerde dvd’s, groente en fruit, vlees en vis, etc. Ook kon je hier bij diverse smids sieraden laten maken/repareren. Door de felle zon liep ik weer verder, waarbij ik het zwaarbewaakte fort van de Amerikaanse ambassade passeerde. Hier vlakbij maakte ik een rondje om de That Dam, een stupa in de Khmer-stijl, alvorens verder te lopen richting het niet-te-bezoeken presidentiële paleis. Twee tempels die zich hiernaast bevonden, kon ik op dat moment niet bezoeken, aangezien ze gesloten waren tussen 12 en 13 uur. Ik liep daarom maar verder naar de Mekong, waar ik op een bord las dat alle graafwerkzaamheden hier zijn vanwege de aanleg van een nieuw park. Bij een Indisch restaurant stilde ik vervolgens m’n honger met nan, alvorens terug bij het guesthouse een korte pauze te houden (en m’n broekspijpen van m’n korte broek op te halen, aangezien dat wat netter is bij de tempels die ik nog wilde bezoeken). Toen ik tegen tweëen bij de Haw Pha Kaeo aankwam, was deze wel open, waardoor ik binnen in het kleine tempelmuseum enkele religieuze objecten kon bekijken. Buiten in de tuin bevond zich verrassend genoeg een pot uit Phonsavan. In de aan de overkant gelegen Wat Si Saket kon ik vervolgens een paar duizend grote en kleine boeddhabeelden gedag zeggen, alvorens aan het laatste stukje van m’n wandelroute te beginnen. Onderweg kwam ik in een boekenwinkeltje bij toeval opnieuw de twee personen van de Gibbon Experience tegen. Nu hadden we (in tegenstelling tot in Vang Vieng) gelukkig wel even de gelegenheid om bij te kletsen. Hierna heb ik nog drie minder interessante tempels van buiten bekeken, alvorens m’n dagtocht te beëindigen bij de Mekong. Onder het genot van een frisse smoothie maakte ik een planning voor de komende anderhalve week in het zuidelijke deel van Laos. Nadat ik me bij een supermarkt waagde aan groene Pringles met zeewiersmaak (best goed te eten), boekte ik bij een reisbureau (waarvan de werkneemster meer geïnteresseerd was in de soap op tv dan in het verkopen van tickets) een nachtbus naar Savannakhet voor morgenavond. Om de dag af te sluiten heb ik in een simpel restaurantje een net zo simpele rijstmaaltijd genomen, waarna ik nog een tijdje in een internetcafé achterstallige mail heb ingehaald. Tenslotte ben ik op tijd terug gegaan naar de dorm om daar lekker te slapen. Ik ben bang dat daar morgenavond niet enorm veel van zal komen, dus m’n slaap kan ik goed gebruiken.

Woensdag 20 januari 2010
Dag 109: Het boegbeeld van Laos

Vanochtend ben ik op tijd opgestaan, aangezien ik voor 11 uur moest uitchecken. Daarnaast wilde ik de Pha That Luang bezoeken, welke om 12 uur aan zijn middagpauze zou beginnen. Na m’n ontbijt ben ik daarom op zoek gegaan naar een chauffeur die me naar dit boegbeeld van Laos wilde brengen. Deze waren er uiteraard genoeg, waardoor ik even later op weg was naar de tempel welke op vele afbeeldingen geprint staat, vooral nu de SEA Games hier gehouden zijn (het logo bevat de tempel). De tempel lag enkele kilometers buiten het centrum, dus het duurde zo’n 10 minuutjes voordat ik er was. Voor het tempelterrein bevond zich een enorm plein, welke erg veel weg had van een parkeerterrein. Een klein reuzenrad en botsauto’s verraadden dat er hier niet zo lang geleden (waarschijnlijk tijdens de Games) een kermis had gestaan. Het tempelterrein zelf was ook erg groot, met de grote goudgele stupa in het midden gepositioneerd. Er was aardig wat bewolking vandaag, dus glom het bouwwerk niet zoals hij dat met volle zon waarschijnlijk zou doen (alhoewel ik me afvroeg hoe erg hij dan zou glimmen, aangezien hij nogal dof was, vooral vergeleken met de stupa’s in Bangkok). Ik liep er een rondje omheen, waar ik merkte dat de galerij eromheen vrij kaal was. Buiten bevonden zich nog enkele mooie goudkleurige tempels, waarvan de grootste helaas aan het verbouwen was en daardoor ontoegankelijk was. Een andere was ook gesloten. Een derde kon ik wel bezoeken, alhoewel het hier meer draaide om de versieringen in de tuin. Nadat ik alles wel gezien had, liep ik terug naar de jumbo, waarna de chauffeur me een kleine 30 kilometer naar het zuidoosten heeft gebracht. Hier bevond zich namelijk het Buddha Park (Xieng Khuan), een bijzonder project waarbij een enthousiasteling enorm veel verschillende stenen boeddhistische en hindoeïstische beelden in een tuin heeft geplaatst. Het zag er allemaal heel bizar uit! Zo varieerden de beelden qua grootte (van kleine beelden van zo’n 40 cm tot een enorme liggende boeddha), stijl, vorm en wat voor figuur er daadwerkelijk werd afgebeeld (Buddha, Shiva, etc). Soms was het hele lichaam uitgebeeld, soms alleen de hoofden, soms waren er zelfs dieren. Meest in het oog springende was een spookachtig bolwerk waarbij je door een monsterbek naar binnen kon en binnenin op diverse verdiepingen nog meer beelden kon bekijken. Van bovenaf had je ook een uitzicht op het park. Het was allemaal maar een heel apart gezicht, maar zeker het bezoeken waard. Met de jumbo ging ik weer terug naar het centrum van Vientiane, waarbij we nog de Friendship Bridge passeerden, de brug over de Mekong die Laos met Thailand verbindt. In het centrum nam ik vervolgens een lunch, waarna ik een bezoek heb gebracht aan het Nationale Museum. De collectie begon interessant met enkele zalen over de prehistorie (opgegraven dinosaurusbotten in Savannakhet), de Plain of Jars (welke zeer overtuigd was van de theorie over het gebruik als urn) en de Khmer-periode. Hierna begon het duidelijk te worden dat de transformatie van het Revolutionary Museum naar dit Nationale Museum nog niet afgerond was, aangezien er nu vele zalen volgden met minder interessante revolutiefoto’s van tijdens en na de jaren van oorlog. Op het eind werd de overgang naar de moderne wereld getoond, met onder andere de aanleg van bruggen en dammen, de verbetering van de gezondheidszorg en diplomatieke verbonden. Al met al was het een aardige vulling voor een deel van de middag. Nadat ik nog even in een internetcafé heb gezeten, heb ik bij het guesthouse ontspannen het backpackers tijdschrift van SEA gelezen. Dit tijdschrift was ik al enkele keren tegengekomen (maar hier hadden ze de nieuwste editie) en telkens blijven de verhalen (welke ik enorm herkende van mijn belevenissen) me ontzettend vermaken. Op tijd ben ik vervolgens naar het ‘strand’ gegaan om daar bij een van de vele eettentjes te genieten van gegrilde kip. Om 19 uur werd ik bij het guesthouse opgehaald door een jumbo, waarna we maar liefst door twee straten zijn gereden waar een bus klaarstond. Hier hebben we een tijd staan wachten op een andere jumbo alvorens te vertrekken. Door het donker werden we nog eens langs de nu mooi verlichte highlights van de stad gereden. De eindbestemming was het busstation vlak buiten de stad. Hier stonden enkele VIP touringbussen klaar om om 20.30 uur met z’n allen tegelijk in alle richtingen te vertrekken. Toevalligerwijs kwam ik hier Fabian en Miriam weer tegen, maar het was maar voor even, aangezien zij direct naar Pakse zouden gaan en ik met een andere bus eerst een stop in Savannakhet zou maken. Het was een prima bus, met normale stoelen weliswaar, maar je kon ze wel behoorlijk ver naar achteren kantelen om zo toch nog enigszins uit te rusten of te slapen. Naast me zat een vriendelijke oude Engelsman, waarmee ik een tijd lang gezellig mee heb zitten kletsen. Toen de lichten eenmaal uit gingen, probeerde ik te slapen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *