Copán

Copán

Dag 12: Vuur en water
Dinsdag 21 oktober 2014
De dag begon in de ontbijtzaal van het hotel, waar het eten wel ok was, maar de bediening veel te wensen overliet. Het jochie dat het eten kwam brengen had geen flauw idee voor wie hij nu iets bracht, bracht ook van alles door elkaar, bracht vaak dingen ook niet en zei ja op vragen en opmerkingen, maar voerde dat vervolgens niet uit. Het was eigenlijk hilarisch slecht. We stapten op tijd onze bus in voor een rit naar de grens van Guatemala en Honduras, welke we even over zouden steken om de oude Maya-ruïnes van Copan te bezoeken. Halverwege zouden we ergens gaan lunchen en daarnaast zou Bernardo nog een leuke verrassing voor ons hebben. Er was in ieder geval een verzoek of we onze zwemkleding in onze handbagage wilden stoppen. De rit volgde naar Guatemala City, de hoofdstad van het land, waar we dwars doorheen moesten. Toen we door deze stad reden, werd het wel duidelijk waarom we hier geen nacht zouden blijven slapen. Heel interessant zag het er namelijk niet uit. Het was een grote, drukke en vieze stad, met veel verkeer en gebouwen van redelijke kwaliteit. De winkels waren iets groter en luxer dan op het platteland, en fastfoodketens ontbraken ook niet. Omdat iemand van ons zich niet lekker voelde, maakten we hier toch een korte onderbreking, wat ons in staat stelde wat foto’s van de buurt en de mensen te maken. Op een prima eenbaansweg reden we verder, opnieuw door een gebied met veel landbouw. In de ruime bus hadden we allemaal onze eigen bank, dus we hadden het niet verkeerd. Het was rustig, want iedereen voelde zich nog steeds een beetje moe. Maar op een zeker moment werd die rust wreed verstoord door een harde knal ergens aan de onderkant van de bus, richting de achterkant. Iedereen voelde de knal onder zich en keek verschrikt op. Een klapband, dachten we allemaal, en we keken naar buiten, waar we een klein beetje rook zagen. Buschauffeur Antonio liet de bus uitrollen en zette het aan de kant. Hij stapte uit, waarna ook wij allemaal naar buiten stapten om te kijken wat er aan de band was. De meesten namen  zoals gebruikelijk was bij een plasstop voor de zekerheid hun handbagage mee naar buiten, terwijl andere losse spullen bleven liggen. We verzamelden naast de bus, terwijl we allemaal een beetje onder de bus begonnen te kijken wat er nou gebeurd was. De achterband van de bus was inderdaad niet helemaal meer in orde, maar toch kwam er ook nog een beetje rook van de onderkant vandaan. Sommigen dachten dat de vering van de bus was doorgezakt en dat dat voor wat rubbersporen op de weg had gezorgd. Terwijl enkelen van ons op zoek gingen naar een boom om hun blaas te legen, begon Bernardo telefoontjes te plegen om de situatie te melden en te vragen naar monteurs of vervangend vervoer. Antonio had voor de zekerheid een brandblusser gepakt om de bron van de rook te verkoelen. Dit wilde vanwege de locatie onder de bus echter niet goed lukken en de rook bleef aan. Bernardo riep de groep bijeen om te vertellen dat er een technisch mankement was en dat ze van alles zouden doen om ons naar Honduras te brengen. In het ergste geval zouden we wellicht kunnen overnachten in het hotel dat niet ver weg meer lag en waar we zouden lunchen en zwemmen. We moesten in ieder geval rekening houden met vertraging en een mogelijke wijziging van de reis. We waren hier in ieder geval nog wel even gestrand en omdat het wel duidelijk was dat we niet meer met deze bus verder konden, werd er besloten om onze tassen en koffers uit het bagageruim te halen. En dat was het moment waarop alles begon, en waarna minuten volgden die we niet meer zo snel zullen vergeten. De klep van het bagageruim werd geopend en we werden overvallen door grote zwarte rookwolken die naar buiten stroomden. We vreesden het ergste voor onze spullen, maar toch was hier geen  brand te bekennen. Aan de onderkant van de bus was de rook echter nu wel omgeslagen naar vuur, dat daar  in de warmte om zich heen begon te slaan. Nog sneller en efficiënter dan we eerder deze reis hadden gedaan gingen we allemaal in een rij staan om de tassen en koffers uit het ruim te laden en door te geven. De rook werd erger en ook de vlammen onder de bus werden groter. Ze sloegen uit naar de zijkanten. Met veel spoed werd aan de andere zijde van de bus ook het bagageruim geopend, omdat het vanaf de ene kant vanwege de dichte rook niet meer mogelijk was om er iets uit te halen. De laatste koffers en tassen werden snel naar buiten gegooid. Een paar stapten nog de bus in om daar snel nog te verzamelen wat ze op de banken aantroffen. Wat spullen achterin de bus, een paar vestjes, tasjes met souvenirs, tijdschriften en een enkele iPod, werden vanwege de rookontwikkeling overgeslagen. Iedereen ging met de spullen op afstand staan om dit onwerkelijke schouwspel te bekijken. Het vuur aan de achterzijde werd groter en rook kwam nu ook uit de raampjes. De binnenkant van de bus had nu ook vlam gevat en vlammen werden groter. We hoorden weer een knal en concludeerden dat er een band was gesprongen. We verzamelden alle spullen nogmaals en gingen veel verder weg staan, niet wetende wat er nog zou kunnen gebeuren. Het vuur had de voorkant van de bus nu ook bereikt en grote vlammen gingen alle kanten op. Andere auto’s en trucks die eerder wel de bus durfden te passeren, bleven nu ook op veilige afstand staan. Enkele politieagenten en militairen waren ook al gearriveerd om het verkeer tegen te houden. Terwijl van beide kanten enorme monsterfiles begonnen te ontstaan, vlogen grote zwarte rookwolken de lucht in en begon de berm hier en daar ook al vlam te vatten, evenals de bomen waar de bus onder stond. De bus stond in lichterlaaie en wij stonden op afstand verschrikt te kijken naar iets dat we nog steeds niet konden geloven. We waren opgelucht dat er met ons niets was gebeurd en dat we hier nu allemaal heelhuids stonden, met het overgrote deel van de bagage. Een kleine brandweerwagen kwam aanrijden, waarna twee brandweermannen enigszins stuntelend de bus probeerden te blussen. Dit werkte slechts gedeeltelijk, want het water was al snel op. De vlammen gingen daarna dus ook gewoon door, alhoewel er steeds minder brandbaars overbleef. Terwijl wij ons, hoe ironisch, insmeerden om niet te verbranden in de felle zon, zagen we ook vele omstanders naar de bus kijken. Ook kwamen er op een gegeven moment talloze legertrucks aanrijden met militairen. Het leek ons nogal overbodig, want veel deden ze eigenlijk niet. Meer brandweerwagens bleven uit. Het vuur in de bus begon kleiner te worden en Antonio hing aan de telefoon en was in gesprek met de politie om zijn verhaal te doen. Bernardo bleef onder alles behoorlijk rustig en makkelijk, iets dat wel erg fijn was. Het was overmacht, niemands schuld en we stonden hier allemaal veilig op de weg. Terwijl de militairen rondkeken en foto’s maakten van de situatie, kwam er een nieuwe toeristenbus aanrijden. Het was het busje van de andere Shoestring-groep, waarvan de chauffeur zijn groep had afgezet bij de lunchstop en voor ons was teruggereden om ons op te pikken. Antonio zou achterblijven en later huiswaarts keren, toevallig daar in de buurt. Het was treurig voor hem, want hij hoorde bij die bus en zou niet zo makkelijk meer een andere van de zaak krijgen. Terwijl onze bus nog enigszins brandde en de chaos nog niet helemaal weg was, verlieten wij beduusd de plek des onheils. Ondanks dat onze tassen zwart afgaven van de roet en wij ook behoorlijk stonken, lieten we de situatie voor wat het was en kon onze reis vervolgd worden. Zo’n twintig minuten later waren we al in het hotel waar we zouden lunchen en waar het zwembad de echte verrassing zou zijn. De hele middag hebben we noodgedwongen in en rond het heerlijke zwembad gehangen. De chauffeur van de andere groep zou eerst hen naar Copan brengen en ons daarna oppikken. Dat duurde wel even, want toen wij uiteindelijk werden opgehaald, waren we nog wel zo’n 2,5 uur onderweg, en dat met een behoorlijk tempo. In het donker bereikten we de grensovergang met Honduras, waar we nog net op tijd waren. Bernardo liet hier door de douanebeambte van Honduras een speciale stempel zetten voor een kort bezoek. Officieel verlieten we Guatemala dus niet. Na aankomst in het hotel was het eerst zaak om geld te pinnen. Het viel nog niet mee om dat in het kleine en behoorlijk verlaten Copan te doen. Veel geldautomaten waren er niet en de enige die werkte, accepteerde alleen creditcards. Met wat gepuzzel en delen hadden we uiteindelijk onze lempira’s. Ook vonden we nog een bar-restaurant waar men om 22 uur de keuken voor ons wilde openen. Een maaltijd hadden we wel verdiend, net als wat nachtrust. Zo’n bewogen dag als vandaag had namelijk niemand ooit kunnen bedenken.

Dag 13: Een dagje Honduras
Woensdag 22 oktober 2014
Deze enige volledige dag in Honduras bestond uit twee verschillende onderdelen. Maar alles begon met een ontbijtje in de buurt van het hotel, waar iedereen onder het genot van pannenkoekjes, ei en fruit nog even alle Facebook- en Whatsapp-reacties van de brand gisteren met elkaar doornam. De voornaamste reden om Honduras te bezoeken was de aanwezigheid van de Maya-ruïnes van Copan. Het was immers wel de Shoestring-reis die de Maya-route werd genoemd. De ruïnes waren op loopafstand door de felle zon eenvoudig te bereiken. De tuktuks vonden we niet nodig. Bij aankomst bleek dat we niet de enige toeristen waren, maar toch viel de drukte mee vergeleken met de eerdere ruïnes. Voor de verandering namen we nu met bijna de hele groep een gids, om zodoende alsnog interessante achtergrondinformatie van de Maya’s te kunnen opdoen. Daarnaast leende deze plek zich ook meer voor een gids, aangezien Copan bekend staat om de ruïnes met de best bewaarde inscripties op de overgebleven pilaren, zuilen en tempels. Nadat we diverse kleurrijke ara’s hadden gespot, kwamen we op het centrale plein van deze oude stad, waar nu op het grasveld nog enkele gebouwen en pilaren van Koning 18 Konijn overeind stonden. De vrolijke gids liet ons de tekeningen zien die het Maya-schrift vormde en hoe we konden tellen in deze taal, met verticale en horizontale streepjes. De figuren die we zagen waren goed bewaard gebleven qua detail. Enkele afdakjes waren boven de pilaren geplaatst om dit in de toekomst ook zo te houden. In zo’n twee uur liepen we het terrein over, waarbij we onder andere in een soort stadion kwamen waar in het Maya-tijdperk zo nu en dan een balspel (de naam leek op toktok) werd gespeeld (met een bal van 4 kilo), waarbij de winnaar werd geofferd aan de goden. De elite had hier de beste zitplekken, het gewone volk zat verder weg. We kwamen ook langs een tempel met een hoge trap vol met hiërogliefen, maar onderzoekers waren er nog niet achter in welke volgorde de stenen hadden gelegen en wat de exacte vertaling is. De gids vertelde dat er ook geen geld was voor verdere opgravingen en dat hulp van buitenaf nodig was. Maar ook dit gebeurt maar weinig. De resterende tempels en gebouwen waar we overheen en omheen liepen -we konden nergens naar binnen- waren mooi om te zien.
Na ons bezoek keerden we terug naar het hotel, waar we al snel werden opgehaald door een busje en een pick-uptruck. Samen met vier personen van de andere Shoestring-groep zouden we 20 km afleggen naar thermale baden, om daar te lunchen en de rest van de middag te relaxen. We deden iets meer dan een uur over de rit, aangezien de weg door de bergen met het platteland van ontzettend slechte kwaliteit was. Overal zaten enorme hobbels en kuilen en hier en daar moesten we door een stroompje water heen. We werden voortdurend door elkaar geschud. Eenmaal aangekomen konden we nog niet lunchen, maar wel kregen we een rondleiding door deze natuurlijke spa. Op een bosachtige helling waren paden aangelegd met daartussen verschillende warme en koude baden. Het warme (en hier en daar gevaarlijk hete) water kwam hierbij uit de grond. Ook stroomde er een normaal riviertje. De baden lagen gewoon open en bloot in de natuur en waren gebouwd met natuurlijke stenen, dus geen bakstenen of badkamertegeltjes. Lange tijd hebben we in onze zwemkleding in verschillende baden gezeten. Sommige waren echt ontzettend warm, waarbij het lastig was om onder te gaan. De koude baden waren ook niet altijd even fijn. Er waren er ook een paar bij die wel een heerlijk temperatuurtje hadden. Tot laat in de middag wisten we ons hier te vermaken, waarna we een lekkere lunch voor onze kiezen kregen. Tot het donker werd en de spa werd verlicht door enkele lampen (en de muggen in groten getale tevoorschijn kwamen), hebben we nog lekker gebadderd. Dat was een mooie compensatie voor het koude douchewater in het hotel. Na een hobbelende rit terug gingen we het doodse plaatsje nog eens door om ergens gezellig pizza te eten en onze laatste lempira’s op te maken. Morgen is dit uitstapje naar Honduras namelijk alweer voorbij. Het is jammer dat we niet meer van dit ogenschijnlijk mooie land hebben kunnen zien, maar dit bezoekje was in ieder geval de moeite waard!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *